maandag 28 december 2015

Dag 10: Nara

Op dag 10 van onze reis gingen we naar Nara, dit is de hoofdstad in de Nara provincie die aan Kyoto grenst, het is ongeveer 30-40 minuten met de trein er naar toe dus je hebt niet echt het gevoel dat je een hele dag weg er voor reist.

Sanjo-dori
Toen we er aankwamen konden we kiezen tussen met de bus naar het park met de bezienswaardigheden gaan of om 20-30 minuten te wandelen. Het was weer heerlijk weer dus we zijn gaan lopen. Na een lange straat (Sanjo-dori) kwamen we bij een trapje die leidde naar een complex met tempels.

Als eerste zagen we de Kōfuku-ji, een boeddhistische tempel die van origine in het jaar 669 gebouwd is, toen later verplaatst werd naar Kashihara (waar ze toen een hoofdstad wilden bouwen) en in het jaar 710 weer werd verhuisd naar de plek waar het nu staat alhoewel ook dit niet de originele tempel van vroeger was aangezien het wel een paar keer afgebrand en vernield was in oorlogstijden.
Het zal vast een grote klus zijn geweest het steeds weer op te bouwen, een deel van de tempel zijn namelijk pagoda gebouwen van 3 en 5 verdiepingen, erg indrukwekkend om te zien.


Toen we verder liepen kwamen we al gelijk bij een parkje met een aantal herten. Nara staat namelijk er om bekend dat er veel loslopende herten zijn. Uit folklore/geschiedenis geloofden ze bij de Kōfuku-ji en Kasuga shrine dat, na een bezoek van een van de goden van de shrine gezien werd rijdend op een wit hert, dat herten heilig waren en worden gezien als boodschapper van de goden. Voor een lange tijd was het ook strafbaar om ze te doden, maar na de tweede wereldoorlog is dit afgeschaft en in plaats daarvan is het benoemd tot bijzonder nationaal cultuurgoed. En bijzonder is het zeker.


De (Sika) herten zijn echt overal (behalve midden in de stad dan) en ze zijn ook redelijk tam. Natuurlijk zijn ze na al die tijd wel gewend om om te gaan met mensen. Bij het binnengaan van het park hebben we een zakje koekjes gekocht (waarschijnlijk gemaakt van speciaal deeg) die we aan de herten konden voeren. Sommige herten waren erg aan het schooien terwijl anderen gewoon rustig bleven liggen. We hebben natuurlijk ook veel foto's proberen te nemen met de herten :) het is namelijk niet vaak dat je herten kan aaien, knuffelen of selfies er mee kan nemen :P.

Onderweg kwamen we door de Nandai-mon poort, een enorme grote houten poort die naar het
Tōdai-ji complex leidt. Ook daar waren een aantal herten, eentje zat er gewoon te zitten te staren naar de voorbijgangers.


Even verderop was de ingang/toegang (het gebouw op de foto links) naar de Daibutsu-den, de 'grote Boeddha hal' (foto hieronder). Hier stonden al heel superveel groepen schoolkinderen en bezoekers. Ik had niet verwacht zo'n enorm groot gebouw te zien. De hal is echt reusachtig, maar dat moet ik wel aangezien 's werelds grootste bronzen Vairocana-Boeddha beeld er staat. Owja en behalve dat, ook nog twee andere grote beelden en aantal andere mooie dingen en natuurlijk ook kraampjes om souvenirs te kopen.


Behalve dat de Boeddha zelf echt 'huge' en indrukwekkend was (hij is 15m hoog), vond ik ook bijzonder dat er omheen een aantal lotus-planten beelden stonden (die ik zo zou willen meenemen voor in onze nieuwe tuin ;) ). De souvenir kraampjes voelden wel een beetje beschamend in zo'n indrukwekkende tempel, maar ja het kost natuurlijk ook wat om dit hele complex te onderhouden.

Na deze hal, hebben we de Nigatsu-do bezocht, nog een gedeelte van het Todai-ji complex. We moesten een aantal trappetjes op om hier te komen, maar ook deze hal had een aantal mooie elementen om te zien zoals de enorm grote lampen en deuren aan de zijkant en de lantaarns aan de rand van het pad.


Nara park is echt groot en dus moesten we tussendoor wel even rust nemen, gelukkig hebben ze er wel wat winkeltjes, of natuurlijk de snoep- of drinkautomaten. Langs nog een aantal kleine tempeltjes (waar we niet in zijn geweest, op een gegeven moment moet je toch kiezen), liepen we over een lange weg langs een grote heuvel, of beter gezegd het begin van een berg waar een aantal groepen kinderen aan het spelen waren.


We liepen door naar de Kasuga-taisha, een Shinto shrine. Er staan  veel mooie lantaarns op de weg naar deze shrine, en het complex staat ook midden in het herten bos/park dus de weg terug konden we nog een keer hertjes aaien.




 Op de weg terug vond ik nog een mooie stoffenwinkel in Nara waar ik, zo dacht ik, een goede kleur gevonden had voor iets wat ik wou maken. En natuurlijk hadden we honger na deze lange wandeling. Ik heb curry besteld en Nick had iets van vlees/ei salade.

Hierna zijn we weer teruggereisd naar het hotel om uit te rusten, alhoewel we 'smiddags nog wel wat tijd over hadden. 'savonds hadden we gelukkig wel weer energie en zijn we op zoek gegaan naar een restaurant waar we lekker konden eten. We kozen voor een hot-plate restaurant waar ze Yakisoba en Okonomiyaki hadden.
Dit was de eerste keer dat we in een dergelijk restaurant zaten. Ze hadden er kleine afgesloten zitplekken naast grote tafels (waar dan groepen aan konden zitten). Elke plek had een bel voor als je iets wilde vragen/bestellen. Eerlijk gezegd is zo'n bel best handig, vooral omdat er in veel restaurants nogal wat gepraat of zelfs geschreeuwd wordt (het eeuwige 'irasshaimase' (welkom) door de stafleden, of als ze 'hai' roepen nadat de bel gaat), maar aan de andere kant voelt het zo..direct en luid..om een belletje te klikken aangezien het het hele gebouw doorgaat en niet zo zachtjes ook.
We werden geholpen door een jong en aardig meisje die heel hard probeerde om in het Engels dingen uit te leggen en we kwamen er samen gelukkig uit. Uiteindelijk werd het gerecht al voor ons gebakken maar bleef het warm op de hete plaat terwijl ik eigenlijk dacht dat je het zelf op de plaat moest klaarmaken (wat in sommige gevallen ook kan volgens mij).

 De Yakisoba (gebakken soba noodles) en Okonomiyaki (kool-ei-pannekoek, die van mij had extra vlees er op) waren echt verrukkelijk. De saus die er bij hoort is echt om te smullen en daarvan hebben we in later in Osaka ook nog een fles van gekocht en mee naar huisgenomen. Met mijn verjaardag heb ik succesvol Okonomiyaki zelf gemaakt thuis, natuurlijk wel een klein beetje anders maar meerendeels smaakte het hetzelfde en nu is het een van mijn favo gerechten. Yakisoba willen we zeker ook nog eens maken, maar omdat Nick nauwelijks koolhydraten eet bewaren dat maar voor een andere mooie vakantiedag.

woensdag 23 december 2015

Dag 9 - deel 2: Fushimi Inari Taisha

Na Arashiyama zijn we naar de andere kant van Kyoto gereisd en uitgestapt bij station Inari. We hadden nog niet geluncht dus we zijn eerst richting een supermarktje gewandeld en hebben daar op een stoepje zitten eten want bankjes om openbaar ergens te lunchen, dat kennen ze in Japan niet echt. De bezoekers van de supermarkt keken ons dan ook een beetje vreemd aan, maar het is wel een manier om goedkoop en snel te lunchen.

Daarna liepen we richting de Fushimi Inari shrine, een van de bekendste plaatsen in Japan en iets waar ik ook erg naar uitkeek om te bezoeken. Het is de grootste shrine gewijd aan Inari, de god van vossen, vruchtbaarheid, landbouw, handel, rijst, thee, sake en succes en voorspoed in het algemeen. Je kunt je dus voorstellen dat dit een belangrijk en bekende god is binnen de Shinto religie die aardig wat aanbeden wordt of werd.

poort 1
poort 2

Het gebied wat deze shrine inneemt strekt erg wijd en hoog. De hoofddelen staan natuurlijk op de begane grond, met de standaard tempel-onderdelen.
Maar de rest van de shrine gaat een stuk omhoog, de berg op. De Fushimi Inari shrine staat bekend om zijn vele poorten. Beter gezegd: er is een heel pad van poorten ontstaan van ongeveer 4 kilometer lang, de hele berg over. Omdat Inari de god van handel was, zijn/worden de poorten gedoneerd door bedrijven. Op de achterkant van de poorten staat de naam van de donateur en de datum van donatie.

Het was geen straf om de hele berg op en af te wandelen, de poorten en de omgeving is schitterend. Af en toe was er op een plateau een kleine stop met een of meerdere mini-shrines of een plek waar je wat kon drinken of souvenirs kon kopen.


Iets wat je steeds ziet terugkomen zijn de kitsunes, de vossen die als de boodschappers van Inari worden gezien.


Natuurlijk was het erg druk, maar hoe hoger we liepen hoe rustiger het ook werd en hoe meer natuur er ook te zien was om ons heen, dus de wandeling was het zeker waard.


De trein terug was ook erg druk, dus eenmaal terug in het hotel hebben we even uitgerust, ook omdat het natuurlijk nogal een stuk wandelen was allemaal. Daarna hadden we nog wat tijd over en wilden we het bekende 'Philosophers path' lopen, maar het was echt heel erg donker langs het pad en heel erg rustig, dus het was meer een beetje een 'enge' halloween ervaring dan wat anders. Dat kun je dus beter bij dag gaan lopen (wat het reisboekje ook zegt >_< wat een prut ding). In ieder geval kwamen we wel een leuk noodle-restaurantje genaamd 'Omen' tegen aan het einde van het pad. 


Naast dat je er kon eten, verkochten ze ook hun kruiden en noodles om mee te nemen. De noodles werden geserveerd met veel soorten groentes die allemaal erg mooi gepresenteerd waren. Ook de plakjes beef waren erg lekker er bij. Je kon zelf je kruiden kiezen (zie foto rechtsboven) waarbij ze heel schattig uitlegden wat voor een smaak het was (hihi, blije pepertjes).

Hierna zijn we weer met de bus teruggereisd en hebben ook nog meegemaakt dat de buschauffeur gewisseld werd onderweg. De ene buschauffeur is de andere niet, zo hadden we op de heenweg een lange reis tijdens de spits waarbij de chauffeur steeds 'shimasu' riep elke keer dat hij weer een stukje kon rijden, wat waarschijnlijk een afkorting is van dat 'hassha shimasu' zei: zoiets als 'we gaan weer'. We vonden het echt hilarisch want op het stukje, heeft hij het misschien wel honderd keer gezegd. De chauffeur op de terug weg was wat stiller. Het leuke is wel dat je met de bus van alles in Kyoto kan bekijken zonder dat je uitgeput wordt...dat waren we namelijk na die hele lange dag wel :).

dinsdag 15 december 2015

Dag 9 - deel 1: Arashiyama, Tenryū-ji en Ōkōchi Sansō

In het hotel in Kyoto hadden we geen ontbijt gereserveerd en dus hebben we broodjes gehaald bij een bakker een straat verderop. Bij deze bakker hadden ze een leuk kassa systeem, ze werkten met een scanner die je broodjes op je dienblad scande en dan berekende wat je moest betalen.
De broodjes waren beide Japans en westers. Zo hebben we ook een broodje met rode-bonen pasta en een broodje met groene thee smaak geprobeerd. Maar het is toch niet helemaal onze smaak, liever iets met kaas, ham of lekker zoet met chocola of rozijnen en dat hadden ze gelukkig ook.

Op dag 9 was het een zondag en dus waren ook veel Japanners vrij. In de trein en bij de grote toeristische attracties was het wel te merken, maar inmiddels waren we er wel een beetje aan gewend.

's Ochtends zijn we met de trein naar Arashiyama vertrokken, we hadden weer heerlijk weer erbij. Arashiyama is een gebied (en berg) ten westen van Kyoto. Vanaf het station zijn we gelopen richting de Tenryū-ji. Deze tempel uit 1339 is de hoofdtempel van het Rinzai Zen-Boeddhisme. De Rinzai-school richt zich op een strenge schok-methode en ze leggen de nadruk op 'de eigen ware aard zien' (ofwel: de kalme wakkere 'mindful' geest achter al je gedachtes) d.m.v. zittende meditatie. Maar eerlijk gezegd, daar kregen we helemaal niks van mee toen we deze tempel bezochten. Je kon kiezen de tempel van binnen of van buiten met de tuinen te zien en we zijn voor de tuinen gegaan en dat was echt prachtig.

  


Direct naast Tenryū-ji ligt de ingang van het bamboe bos en dit bos was heel bijzonder om te zien. Door de lange stelen en weinige bladeren hangt er een mysterieuze sfeerlicht. En natuurlijk zie je een dergelijk iets ook nooit in het westen. Het voelde er heel speciaal om door heen te lopen.
 
Als je het pad uitloopt kom je bij een T-splitsing. We zijn eerst naar links gegaan, daar kon je namelijk de berg verder op wandelen richting een mooi uitzicht.

Oke, het is wel duidelijk dat het weer een foto-rijk verslag wordt, maar het was echt zo bijzonder mooi dat het lastig in woorden uit is te drukken.

We zijn de andere kant weer terug op gelopen en richting Ōkōchi Sansō gegaan.
Dit zijn de tuinen van acteur Denjirō Ōkōchi. Het kost geld om er naar binnen te mogen dus we twijfelden hier eerst over, maar lazen in onze reisgids dat je er ook drinken en lekkers bij kreeg, dus we hebben ons laten verrassen. En dat was zeker een slimme keuze...dit is echt de mooiste tuin die ik in Japan gezien heb. Het is heel erg mooi ingericht met allerlei kleine gedetailleerde paadjes, mini vijvertjes, mooie poorten en huisjes en dan heb ik het nog niet eens over het uitzicht.

 
Daarnaast kregen we zoals gezegd een kopje matcha thee en een zoetig cake-je bij het theehuis waar we lekker buiten konden zitten genieten.
  

Hierna hadden we wel even genoeg moois gezien van dit gebied en zijn we terug naar het station gelopen. Echter werden we opgehouden door een menigte...wat bleek: er was een evenement gaande bij de Nonomiya (Shinto) shrine. De keizerlijke priesteres moest (in vroegere tijden) in deze shrine een purificatie ondergaan voordat ze dienst deed in de keizerlijke Ise shrine. Jaarlijks word een scene nagespeeld die afgebeeld is op een oude scroll waarbij de priesteres na haar purificatie op reis gaat.

Dit hele gebeuren was dus toen wij net wilden vertrekken. Aan de ene kant was het heel bijzonder om te zien, allemaal mensen in Shinto-kledij en het had wel iets weg uit een sprookje of anime. Aan de andere kant: het was zo ontzettend druk en er waren zoveel toeristen, dat daardoor het religieuze/historische karakter er nog weinig was. Maar toch was het wel leuk om mee te maken.
  

Gelukkig konden we al snel weer verder lopen naar het station waar we vetrokken richting nog een hele andere mooie tempel aan de andere kant van Kyoto, maar daarover de volgende keer meer!